Negen dagen fietsen van het Franse bedevaartsoord Lourdes naar Fátima en verder tot in Lissabon — dwars door Navarra, La Rioja en Castilla y León
← Terug naar alle uitstappenWe zijn begin september en we starten met de tweede uitdaging van het jaar. Onze eerste uitstap ging dus van Orléans naar Lourdes, maar nu willen we vanuit Lourdes naar Fátima rijden. En terwijl we daar zijn zullen we nog doorrijden naar de Portugese hoofdstad Lissabon. Dat is meer dan 1300 kilometer, gespreid over 9 ritten. De voornaamste hindernissen zijn de Pyreneeën die we over moeten om Frankrijk te verlaten, maar ook het Spaanse binnenland dat nergens vlak is. We rijden onder meer door Navarra, La Rioja, Castilla León, etc. Dus werkelijk diagonaal door Spanje en Portugal tot in Lissabon. Hieronder dus een beschrijving van iedere rit per dag.
| Etappe | Route | Afstand | Klimmen |
|---|---|---|---|
| Dag 1 | Lourdes → Burgui | 142,8 km | +2.489 hm |
| Dag 2 | Burgui → Arnedo | 139,7 km | +1.950 hm |
| Dag 3 | Arnedo → San Leonardo de Yagüe | 141,5 km | +1.941 hm |
| Dag 4 | San Leonardo de Yagüe → Turégano | 132,9 km | +1.189 hm |
| Dag 5 | Turégano → Piedrahíta | 173,1 km | +1.619 hm |
| Dag 6 | Piedrahíta → Cadalso | 144,7 km | +1.840 hm |
| Dag 7 | Cadalso → Oleiros | 189,1 km | +3.019 hm |
| Dag 8 | Oleiros → Fátima | 107,2 km | +1.650 hm |
| Dag 9 | Fátima → Lisboa | 137,9 km | +923 hm |
We verlaten vandaag het bedevaartsoord Lourdes richting het Portugese bedevaartsoord Fátima. Eenmaal buiten Lourdes zijn het rustige wegen met altijd zicht op de mooie, groene Pyreneeën. De wegen zijn goed en het is steeds op en neer. Het is er aangenaam fietsen. Dit gaat zo verder tot in Arette. Hier wordt het toch al moeilijker. We zijn namelijk begonnen aan de beklimming van Col du Soudet, die dan nog verder doorloopt naar Pierre Saint Martin en tot aan de grens met Spanje. Dit is nu toch wel een serieuze beklimming van meer dan 25 kilometer. In het begin gemakkelijk, maar even verder stukken tot 15 %. We moeten immers een hoogteverschil van 1440 meter overwinnen tot op de top van 1766 meter. Voorbij de grens is het nog 30 kilometer tot onze eerste bestemming Burgui. De afdaling ligt er goed bij waardoor we toch wel wat snelheid kunnen maken. De eerste 140 kilometer zitten erop.
Onze tweede rit is nog maar pas gestart en het klimmen is weer aan de orde. Eerst 8 kilometer bergop naar de 950 meter hoge Puerto Las Coronas en dan tijdens de eerstvolgende 40 kilometer nog eens 3 puertos respectievelijk, Puerto Iso, 670 meter, gevolgd door de Puerto Olaz, 706 meter en tenslotte de 752 meter Alto Lerga. Vanaf hier is het gedaan met klimmen voor de rest van de dag. We rijden immers naar de vallei van de Ebro, rivier die we juist buiten San Adrián oversteken. Ondertussen zijn we gepasseerd in Olite aan de Río Cidacos. In Olite staat een een prachtig koninklijk paleis. Het Koninklijk Paleis van Olite (Palacio Real de Olite) is een van de meest luxueuze middeleeuwse kastelen van Europa. Gebouwd in de 15e eeuw, staat het bekend om zijn vele torentjes, ophaalbruggen en tuinen. Het kasteel werd ooit beschouwd als een van de wereldwonderen dankzij de weelderige interieurs en diende als residentie voor de koningen van Navarra. Tegenwoordig is het kasteel grotendeels gereconstrueerd en kun je het bezoeken . Olite is ook de wijnhoofdstad van Navarra. Na Olite is het enkel via Calahorra nog lichtjes bergop, uit het Ebro-dal naar Arnedo. Toch weeral een rit van 140 kilometer en 2400 hoogtemeters.
We zijn nog maar vertrokken voor een nieuwe dag en het gaat alweer bergop. We rijden de ganse tijd langs de kronkelende oevers van de Río Cídacos. Dit is ook de route van de Dinosaurussen. In het dorp Enciso is zelfs een wandelroute gewijd aan deze voorhistorische dieren. Er zouden hier namelijk voetsporen gevonden zijn van deze gigantische dieren. Een prachtig en rustig, groen decor om in te fietsen. Opeens de rivier over en begint het serieus te klimmen. Het is een klim met prachtige vergezichten. We blijven op de flank rijden tot boven op de Puerto de Oncala, 1453 meter hoog. Nu dalen we richting Soria. We verlaten deze weg echter en rijden rechts dwars door het Reserva Nacional de Urbión. Prachtige groene pijnbomen, zover men kan kijken. Er zijn hier ook veel houtverwerkingsbedrijven. Opeens komen we aan een enorme afdamming: Embalse de la Cuerda de Pozo. Het is een enorm spaarbekken op de rivier de Duero. Vanuit de hoogte hebben we een prachtig zicht op het spaarbekken. Na wat op en neer tussen de immer dichte bossen bereiken we, na meer dan 140 kilometer, ons doel van vandaag: San Leonardo de Yagüe. Rustig stadje op de nationale baan van Burgos naar Soria.
Als we in de vroege morgen vertrekken is het nog zeer koud. We zitten hier immers nog op 900 tot 1000 meter hoog. Het wordt een overgangsritje: 133 kilometer en pas 1600 hoogtemeters. Graanvelden en zonnebloemvelden wisselen elkaar af. Kleine, bijna verlaten dorpen volgen elkaar op. In Langa de Duero steken we de gelijknamige rivier over. Langa de Duero is een rustig dorp in de Spaanse provincie Soria. Het telt zo'n 700 inwoners en ligt in een vallei vol wijngaarden en graanvelden. Het gebied staat bekend om zijn uitstekende rode wijnen, vallend onder de befaamde Ribera del Duero. Zo fietsen we verder langs heel rustige wegen via de Embalse de Linares del Arroyo tot in Sepúlveda. Sepúlveda ligt boven op een verhoogd plateau, boven de valleien van de rivieren Duratón en Caslilla. Natuurstenen huizen vormen een samenhangende nederzetting op het verhoogde terrein. De zeven romaanse kerken bepalen het uiterlijk van de plaats vandaag. El Salvador, de oudste ervan, toont de sobere stenen vormen van haar tijd. De omgeving herbergt het reservaat Hoces del Río Duratón, een beschermd gebied met kalkstenen canyons die diepe kloven langs de rivierloop graven. Dit landschap vormt een spectaculaire achtergrond voor de nederzetting op het plateau. Van hieruit is het nog een dertigtal kilometer naar onze overnachtingsplaats Turégano. Het dorp staat vooral bekend om het kasteel van Turégano: een indrukwekkend middeleeuws kasteel dat uniek is omdat de kerk van San Miguel binnen de vestingmuren is gebouwd. Het kasteel torent uit boven het dorp en is de belangrijkste bezienswaardigheid. De Plaza Mayor is een sfeervol dorpsplein met arcades waar traditioneel markten, feesten en processies plaatsvinden. In het historisch centrum vind je smalle straatjes, oude herenhuizen en een rustige, authentieke Spaanse sfeer zonder massatoerisme. Ook vind je een Romaanse kerk, van Santiago, en verschillende kapellen langs de Romaanse route van de rivier de Pirón.
Vandaag wordt het een lange rit: 177 kilometer. Onderweg is er weinig te zien of te beleven. We rijden meestal door gebieden met dorre weiden of ook hier en daar grote graanvelden. Eigenlijk is er weinig verschil met de rit van gisteren wat betreft het landschap. Er is zeer weinig beschutting en we maken dat we tegen de middag 100 kilometer afgelegd hebben. In de namiddag is het immers drukkend warm en vermijden we grote inspanningen. Aan onze linkerzijde hebben we een mooi uitzicht op de Sierra de Guadarrama met toppen tot ver boven de 2000 meter. We laten die echter volledig links liggen, we hebben die puertos enkel jaren geleden, in 1994, beklommen. Historische steden zoals Segovia en Ávila passeren we op een boogscheut. Grote steden vermijden we echter omdat het daar zeer druk is en bovendien ook gevaarlijk met de fiets. En zo bereiken we dan Piedrahíta, einde van de etappe van vandaag. Piedrahíta is een sfeervol historisch stadje in de provincie Ávila. Het ligt op ongeveer 1.060 meter hoogte in de Corneja-vallei, aan de noordkant van de Sierra de Villafranca. Als je op zoek bent naar rust, natuur en een authentiek Spaans dorp, is Piedrahíta een interessante plek. Er staat nog een 18 eeuws paleis, Palacio de los Duques de Alba, dat dienst deed als zomerresidentie van de hertogen van Alba. Het werd bezocht door onder andere de schilder Francisco de Goya. Een deel van het gebouw is nog te bezichtigen.
Na Piedrahíta achter ons gelaten te hebben zijn we opnieuw vertrokken voor een rit van 145 kilometer. Het gaat nu volledig westwaarts richting Portugal. Het parcours is zeer heuvelachtig doch meestal in dalende lijn. We zakken immers van 1000 naar 400 meter. We doen daar wel 80 kilometer over. In Riomalo, het laagste punt van de dag, rijden we de rivier Alagón over en rijden zo de provincie Cáceres binnen. Cáceres is één van de 2 provincies van het gewest Extremadura. Eén van de droogste en warmste streken van Spanje. Boerderijen langs onze route liggen ver van de weg, heel verspreid, te blaken in de zon. In Cadalso, een nietig dorp langs een riviertje stoppen we om te overnachten. Cadalso (ook wel Cadalso de Gata genoemd) is een klein bergdorp in de regio Sierra de Gata, in de provincie Cáceres (Extremadura), vlak bij de Portugese grens. Het is een van de rustigere en minder toeristische dorpen in de streek. Mooie natuur: Cadalso ligt aan de rivier de Árrago, tussen olijfgaarden, dennenbossen, eiken en heuvels. In de omgeving zijn diverse wandelroutes en natuurlijke zwemplekken. Er is traditionele landbouw: olijfolie, geitenhouderij, honing, wijn en kaas zijn belangrijke streekproducten. Er is een historisch centrum: smalle straatjes, granieten huizen en de Iglesia de la Purísima Concepción, een robuuste kerk uit de 15e en 16e eeuw die lijkt op een vesting.
Vandaag de langste rit van de 9, namelijk 189 kilometer en maar liefst bijna 4000 hoogtemeters. Het zijn niet de hoogste toppen maar het is gans de dag op en neer met hier en daar toch enkele kilometer aan één stuk bergop. De eerste top, El Peraldón, 685 meter hoog, bereiken we al na 25 kilometer. Het zijn weeral heel rustige wegen, met mooie, groene vergezichten vanop de flanken van de hellingen. Veel, met struikgewassen gevulde velden, met hier en daar toch enige aanwezigheid van landbouw met hoofdzakelijk olijfbomen. Via Valverde del Fresno rijden we verder door deze verlaten streek naar Portugal. Aan de grens is er niets of niemand en rijden zo nog 15 kilometer verder tot in Penamacor. De wegen liggen er hier ook nog goed bij. Dat verandert enigszins na Fundão. We verlaten daar de grote weg en na 1 kilometer verandert het asfalt in een onverharde weg. Kilometers ver, door dorpjes, die zelfs niet op de kaart staan, rijden we berg op, berg af. En ieder maal toppen tot bijna 1000 meter. Het is snikheet en afzien. Eindelijk komen we op de grote baan naar Castelo Branco, in Foz Giraldo. Van hieruit is het dan nog 30 kilometer, langs smalle doch goede wegen tot in Oleiros, eindpunt van de dag. Oleiros is een rustige, landelijke gemeente in het district Castelo Branco, ongeveer halverwege tussen Coimbra en Castelo Branco. Het is een van de dunst bevolkte gemeenten van Portugal. Wat Oleiros bijzonder maakt? Eerste en vooral de natuur: het gebied ligt in een bergachtig landschap met bossen, rivieren en valleien. De omgeving maakt deel uit van de uitlopers van de Serra da Estrela en de Serra do Açor. Het is populair bij wandelaars, mountainbikers en natuurliefhebbers. Ook de rivierstranden zijn populair: Oleiros staat bekend om zijn goed onderhouden rivierstranden met helder water. Vooral de Praia Fluvial de Oleiros is geliefd in de zomer en beschikt over zwemzones, ligweiden en horeca. Er is weinig massatoerisme. Je vindt er traditionele Portugese dorpjes, stenen huizen en een ontspannen sfeer. Daardoor is het aantrekkelijk voor mensen die de drukte willen vermijden. Een groot deel van de gemeente bestaat uit bossen met dennen en eucalyptus. Daardoor is het gebied helaas ook gevoelig voor bosbranden tijdens hete, droge zomers.
We zijn weeral toe aan rit 8. Gezien we in Fátima willen overnachten, is het vandaag een rit van maar een goeie 100 kilometer. We kunnen het dus rustig aan doen vandaag. Gezien het in het eerste gedeelte van de rit, zelfs tot in Tomar, nog meer dan heuvelachtig is, komen we toch nog aan 2400 hoogtemeters. Het blijven dan ook zeer rustige wegen, want we vermijden steeds de hoofdwegen. Vanaf Sertá rijden op de flanken van de heuvels met prachtige vergezichten over de vallei van de Zézere, een heel belangrijke rivier voor landbouw en algemene watervoorziening. De rivier wordt afgedamd in het stuwmeer van Castelo de Bode. In Portugal is het een van de grootste en mooiste meren van het land. Gelegen in het hart van de regio Midden-Portugal (nabij Tomar en Abrantes), strekt het meer zich 60 kilometer uit langs de Zêzere-rivier. Het is de ideale plek voor watersport en natuur. Zo bereiken we Tomar, mooi provinciestadje in het centrum van Portugal. Eens Tomar voorbij zijn het vlakke wegen. De laatste 10 kilometer is het nog klimmen tot in Fátima, het Portugese bedevaardsoord wereldrond gekend. Het hart van Fátima is het enorme Sanctuarium van Onze-Lieve-Vrouw van Fátima. Hier vind je onder andere: de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans, de moderne Basiliek van de Heilige Drie-eenheid, de Kapel van de Verschijningen, gebouwd op de plek waar Maria zou zijn verschenen en een groot plein dat zelfs groter is dan het Sint-Pietersplein in Rome. Ook als je niet religieus bent, is Fátima een bijzondere plek. De sfeer is rustig en verzorgd, met brede pleinen, veel groen en indrukwekkende architectuur. Veel bezoekers komen uit nieuwsgierigheid of vanwege de geschiedenis.
Ons doel is vandaag om tot aan de hoofdstad Lissabon te rijden. Dit zijn nog altijd 140 kilometers waarvan de eerste 40 lichtjes in dalende lijn zijn. We vertrekken immers op 400 meter hoogte en Lissabon ligt o^p zeeniveau. We kunnen niet anders dan de drukke nationale weg nemen. Dit is echt geen pretje. Wat een verkeer. En veel fietsers zijn er hier ook wel niet te zien. We passeren steden zoals Santarém en Vila Franca. Van hieruit is het nog 25 kilometer langs de oevers van de Taag (Tejo in Portugal) tot in Lissabon, waar de Taag dan uitmondt in de Atlantische Oceaan. De Taag is de langste rivier van het Iberisch Schiereiland en vormt de levensader van Portugal. Ze is cruciaal voor de watervoorziening en de landbouw in de vruchtbare vallei, en deelt het land geografisch op. Historisch gezien maakte de enorme monding van de rivier Lissabon tot een van de belangrijkste zeehavens ter wereld. Vlak voor de Atlantische Oceaan verbreedt de rivier zich tot een grote binnenzee, de Mar de Palha (Strozee). Dit fungeert als een natuurlijke bescherming en haven voor Lissabon. Lissabon is de oudste stad van West-Europa. Sterker nog, alleen Athene wordt ouder geschat in heel Europa. Lissabon zou in 1200 v.Chr. gesticht zijn door de Feniciërs, een volk van zeevaarders en handelaars. De locatie aan de Taag en aan de Atlantische kust was kennelijk te goed om te laten liggen. Eén van de theorieën over het ontstaan van de naam Lissabon is dat het van de Fenicische uitspraak “Allis Ubbo” komt, wat zoveel betekent als “veilige haven”. En zo zijn we, na meer dan 1300 kilometer en 9 ritten, eindelijk aangekomen op onze eindbestemming Lissabon. Het was niet gemakkelijk maar toch de moeite waard om door al die verschillende streken van Spanje en Portugal te fietsen. Zo veel variatie maar af en toe heel lastig.
📷 Meer foto's in de fotogalerij →
Download de GPX-routes om ze te laden in je GPS-toestel of fietscomputer.