Negen dagen diagonaal door Spanje — van de Costa Dorada tot de Rots van Gibraltar
← Terug naar alle uitstappenDit jaar opnieuw dwars door Spanje. Vanuit onze getrouwe vertrekplaats aan de Costa Dorada gaat het nu diagonaal naar beneden, tot in Gibraltar. In totaal bijna 1.200 kilometer die we verdelen over 9 dagen. Pieken tot 1.720 meter liggen dit jaar op ons parcours.
En zo starten we, na de nodige voorbereidingen — ritten uitstippelen en vooral trainen — met een volle zak goede moed.
| Etappe | Route | Afstand | Klimmen |
|---|---|---|---|
| Dag 1 | Salou → Valderrobres | 135 km | +2.810 hm |
| Dag 2 | Valderrobres → Linares de Mora | 127 km | +3.602 hm |
| Dag 3 | Linares de Mora → Landete | 123 km | +2.892 hm |
| Dag 4 | Landete → La Roda | 150 km | +2.046 hm |
| Dag 5 | La Roda → Villamanrique | 120 km | +1.160 hm |
| Dag 6 | Villamanrique → Torreblascopedro | 113 km | +1.192 hm |
| Dag 7 | Torreblascopedro → Priego de Córdoba | 128 km | +3.282 hm |
| Dag 8 | Priego de Córdoba → Teba | 134 km | +2.325 hm |
| Dag 9 | Teba → Gibraltar | 146 km | +2.533 hm |
Ook vandaag rijden we tot in Valderrobres, maar via een andere weg: via Montbrió en Montroig del Camp beginnen we al bij Coll Roig (560 m) te klimmen — gemiddeld bijna 4% gedurende 12 kilometer. Eenmaal boven zien we in de verte de Middellandse Zee, die we nu een ganse tijd gaan missen. Via Tivissa rijden we naar de Ebro, worden overgezet in Miravet en nemen de klassieke weg naar Valderrobres.
Parque Samà op weg naar Montbrió del Camp.
Zicht op Valderrobres — onze slaapplaats voor de eerste nacht.
Bij de Ermita de la Virgen de la Vega kiezen we de rustige weg via Herbés, langs een riviertje in een diepe rotsspleet. De Puerto de Torre Miró (1.259 m) is bijzonder lastig: 8 km aan stukken van meer dan 10%. Morella laten we achter ons voor een nieuwe reeks beklimmingen: Puerto de Cabrillas (1.320 m, 7 km), Puerto de Mosqueruela (1.475 m) en het hoogste punt van de uitstap — Puerto de Linares (1.720 m). Daarna afdalen naar Linares de Mora.
De burcht van Morella — eenzaam wachter boven de duizend meter hoge stad.
Puerto de las Cabrillas (1.320 m) — zicht vanuit de top.
Linares de Mora ligt op meer dan 1.300 meter — fris bij vertrek. Na 2 km beginnen we al te klimmen: Puerto San Bernábé (1.550 m), gevolgd door een zalige afdaling tot bijna 80 km/u. Via Rubielos de Mora — één der mooiste dorpen van Spanje — en een brug over de Río Mijares klimmen we naar Torrijas (1.400 m). Een afdaling over een hobbelige weg brengt ons bij een adembenemende kloof: 100 meter lager stroomt de Río Turia. Na nog een nijdige klim van 5 km komen we in Landete.
Torrijas op 1.400 meter — na een flinke klim.
Gemeentehuis in Landete — ons eindpunt na 123 km.
Via eenzame boswegen, een verborgen vliegveldje en de ruïnes van een middeleeuwse burcht in Cardenete rijden we langs de Embalse de Contreras, een stuwmeer van 30 km lang. Via Enguídanos met zijn hoog kasteel en uitgestrekte druivenvelden van Castilla-La Mancha — de grootste wijnstreek van Spanje — komen we na 153 km en 2.000 hoogtemeters aan in La Roda.
Puente de los Tres Ojos in Motilla de Palancar.
Stadhuis in La Roda — ons eindpunt na 153 km.
Bij het verlaten van La Roda een grote vlakte: een kaarsrechte weg van 30 km zonder bocht. Don Quijote-land — overal molens en uitgestrekte landerijen. Het landschap verandert geleidelijk: verspreide dorpen op heuveltops, de eerste olijfplantages. Na 122 km en 1.100 hoogtemeters overnachten we in Villamanrique, waar alle huizen voorzien zijn van ijzeren tralies — een teken van de tijden.
Zoutwinning in Salinas de Pinilla.
Villamanrique — eindpunt van rit 5.
Een overgangsrit: 90 km in min of meer dalende lijn, van 850 naar 300 meter. Na 20 km rijden we Andalusië binnen, over de grens van de provincie Jaén. Hier en zover het oog reikt: olijven. Via Arquillos en Linares komen we in Torreblascopedro, midden in één van de grootste olijfoliegebieden ter wereld.
Iglesia San Andrés Apóstol in Villamanrique.
Torreblascopedro — typisch Andalusisch dorp midden in de olijvenstreek.
Opnieuw een warme dag. Via het dal van de Guadalquivir — katoen, maïs, asperges en zonnebloemen — rijden we naar Jaén. De stad onmiddellijk steil bergop, gevolgd door de Puerto Viejo in de Sierra de Pandera (1.200 m) en de Puerto del Castillo (946 m). Na Alcálà la Real bereiken we Priego de Córdoba — een parel aan de Andalusische kroon, met oogverblindend witte huizen vol bloemen en prachtige barokke kerken.
Afgelegen boerderij in het dorre Andalusië.
Stadhuis van Priego de Córdoba — parel aan de Andalusische kroon.
Een ideale fietsdag: rustig, heuvel op en neer, windstil. Via Rute beklimmen we een steile helling boven het 20 km lange Embalse de Iznájar. Via Fuente de Piedra — een vogelreservaat met flaming’s in het zilte water — rijden we door een rotsachtig, dor landschap. Als finale nog 3 km steil klimmen naar het centrum van Teba, boven op een rots.
Het stuwmeer van Iznájar — 20 kilometer lang.
Van hieruit nog flink bergop naar het centrum van Teba, hoog op een rots.
De laatste en langste rit. Na twee uur en zestig kilometer komen we in Ronda — een van de meest spectaculair gelegen steden van Spanje, hangend boven een 150 meter diepe kloof. De Puente Nuevo (1775-1793) biedt een adembenemend uitzicht. De arena dateert van 1785 en is één der oudste van Spanje.
Via Jimena de la Frontera en San Roque — gesticht door Spanjaarden die Gibraltar in 1704 moesten verlaten — bereiken we La Línea de la Concepción. De Rots van Gibraltar, meer dan 400 meter hoog, zie je al van ver als een baken in de zee. En zo zijn we dan weer eens aan het eindpunt van onze fietstocht door Spanje.
Puente Nuevo in Ronda — gebouwd tussen 1775 en 1793, boven een 150 meter diepe kloof.
Eindelijk: duidelijk zicht op de Rots van Gibraltar — meer dan 400 meter hoog.
Download de GPX-routes om ze te laden in je GPS-toestel of fietscomputer.