De hoogst berijdbare weg van Europa — tot op de Pico Veleta, 3.398 meter
← Terug naar alle uitstappenDit jaar opnieuw een nieuwe uitdaging. Wij raken maar niet uitgekeken op de natuur en de landschappen in Spanje. We rijden per fiets van Salou via Granada en de Sierra Nevada tot in Motril. Motril is bij iedere Belg welbekend: Koning Boudewijn ging er regelmatig op verlof en is er gestorven.
De afstand van Salou naar Motril bedraagt ongeveer 1.100 kilometer, te overbruggen in acht dagen — gemiddeld 140 km per dag. De weg door de Sierra Nevada is de hoogst berijdbare weg in Europa en gaat tot op de Pico Veleta (3.398 m). Het is ook de bedoeling deze berg op te fietsen.
| Etappe | Route | Afstand | Klimmen |
|---|---|---|---|
| Dag 1 | Salou → Valderrobres | 125 km | +2.552 hm |
| Dag 2 | Valderrobres → Alcora | 144 km | +2.815 hm |
| Dag 3 | Alcora → Requena | 153 km | +4.707 hm |
| Dag 4 | Requena → Albacete | 117 km | +1.664 hm |
| Dag 5 | Albacete → Siles | 130 km | +2.552 hm |
| Dag 6 | Siles → Peal de Becerro | 114 km | +2.634 hm |
| Dag 7 | Peal de Becerro → Pinos Genil (Granada) | 146 km | +2.302 hm |
| Dag 8 | Pinos Genil → Pico Veleta → Motril | 180 km | +5.494 hm |
Alhoewel dit identiek dezelfde rit is als in 1994, volgt hier toch een korte beschrijving. Langs de kustweg worden bij Cambrils nieuwe dijken aangelegd. Via Montroig rijden we richting Pratdip en beginnen twee colletjes: Coll Roig en Col de Fatxes. Via Tivissa komen we aan de Ebro, waar een overzetboot ons voor 300 pesetas naar Miravet brengt. Van hier gaat het tussen de amandelvelden lichtjes omhoog, verlaten we het Ebrodel en rijden we via Prat de Compte op een hoogte van 6 à 700 meter. Links ligt het prachtige Maestrazgo gebergte met pieken tot 1.400 meter. Na 125 km komen we aan in Valderrobres.
Cambrils — kleine havenplaats met zeevaarttraditie, beroemd om zijn restaurants.
Miravet vanop de Ebro — het kasteel getuigt van een middeleeuws verleden.
De weg blijft in het begin tamelijk vlak. Een vijftal kilometer over Fuentespalda slaan we links een smalle weg in langs een riviertje dat in een diepe kloof stroomt. Buiten Herbers begint de Puerto de Torre Miró (1.259 m) — meer dan 7% gedurende vier kilometer. Na een lange afdaling bereiken we Morella, als een adelaarsnest op een duizend meter hoog bergmassief, omringd door twee kilometer volledig intacte vestingsmuren. Een bijzonder de moeite waard bezoek. Na Morella beklimmen we de Puerto de Querol (998 m) en komen we na 152 km aan in Alcora, de hoofdstad van de Spaanse keramiekindustrie.
Morella — de burcht boven het duizend meter hoge adelaarsnest.
Boven op de Puerto de Torre Miró (1.259 m).
De weg is tamelijk vlak tot in Onda, met zijn kasteel van de Driehonderd Torens. Buiten de stad gaat het bergop via haarspeldbochten tot de Coll de Ivola (800 m), gevolgd door een mooie afdaling naar Segorbe met zijn bisschoppelijke zetel. Daarna bergop door druivenvelden naar de Alto de Montmayor (951 m). Via Chulilla, met zijn klooflandschap langs de Río Turia, begint een enorm lastige beklimming over slechte wegen langs enorme rotsmassa's en ravijnen. Na 153 km en 4.700 hoogtemeters komen we aan in Requena — de stad van de Utiel-Requena wijn.
Het kasteel van Onda — bekend als het “Kasteel van de Driehonderd Torens”.
De kathedraal van Segorbe — al eeuwen een bisschoppelijke zetel.
Vandaag een ietwat kortere rit naar Albacete. Via druivenvelden en industriegebied rijden we langs de Río Cabriel. Dan plots een kloof: 200 meter lager ligt Alcálà del Júcar aan de gelijknamige rivier. Prachtig! De huizen hangen met hun balkons boven de afgrond. We volgen de Júcar door het spectaculaire klooflandschap langs enorme rotsmassa's. Één van de mooiste routes tot nu toe. Na 123 km komen we aan in Albacete — Al Basite, de vlakte, zoals de Moren het noemden.
Alcálà del Júcar — de huizen hangen met hun balkons boven de afgrond van de kloof.
Pasaje de Lodares in Albacete — een sierlijk overdekt winkelpassage.
Eindelijk is de wind wat gevallen. We rijden door wijdse landerijen tot we bij La Sarguilla aan een diepe kloof komen — beneden ons het stadje Ayna aan de Río Mundo. Na de Puerto Albarda (1.044 m) rijden we door een dor rotsachtig landschap, gevolgd door de Puerto del Peralejo (1.100 m). Langs de Río Mundo, die zich door de Sierra de Alcaraz wringt, volgen de ene puerto na de andere. Een kleine zijweg leidt naar het Nacimiento del Río Mundo — een waterval die gewoon uit een rots stroomt. Na 135 km komen we aan in Siles.
Oude spoorwegbrug op de lijn Albacete door de Sierra de Alcaraz.
De belangrijkste straat van Siles — ons eindpunt na 135 km.
Siles ligt op 820 meter en vroeg vertrekken is fris. Bij Hornos slaan we een smalle weg in die ons langs een kunstmatig meer voert — de afdamming van de Guadalquivir in Tranco. We rijden het Parque Natural de Cazorla binnen, de grootste beboste oppervlakte van Andalusië. Prachtige fauna en flora, rivieren en bergkammen boven de 2.000 meter. Om uit het park te geraken, beklimmen we de Puerto de las Palomas (1.200 m). Daarna het prachtige Cazorla, door velen één van de mooiste dorpen van Spanje. Na 115 km komen we aan in Peal de Becerro.
Cazorla — één van de mooiste dorpen van Spanje, aan de rand van het natuurpark.
Embalse de Tranco — de afdamming van de Guadalquivir, één van de grootste van Andalusië.
Een lange overgangsrit die ons naar Granada moet brengen. Honderden hectaren olijfbomen zo ver het oog reikt. Na Jódar — een lastige tegenwind — wacht de Cuesta los Gallardos (1.180 m). Door een wegvergissing belanden we op de drukke Nacional Granada–Jaén, maar rijden een eindje op de net aangelegde maar nog afgesloten rijvakken. De hoge kale toppen van de Sierra Nevada komen steeds dichterbij. We besluiten buiten Granada te overnachten, in Pinos Genil op de weg naar de Sierra Nevada. 154 km.
Embalse de Doña Aldonza — het stuwmeer dat we passeren op weg naar Granada.
Het Alhambra in Granada — het meesterwerk van de Moorse architectuur.
Weeral onze laatste dag, en een heel belangrijke. We beklimmen de Pico Veleta (3.398 m) — na de Mulhacén de hoogste top van de Sierra Nevada en het eindpunt van de hoogst berijdbare weg van Europa. Ons hotel ligt al op 780 meter, dus nog 2.600 hoogtemeters te gaan over bijna veertig kilometer.
Vanaf 2.500 meter is er geen plantengroei meer en wordt de baan een smalle bergweg. Na vier uur klimmen staan we boven: het uitzicht is fenomenaal — zelfs de Middellandse Zee is zichtbaar. We dalen langs dezelfde weg terug en nemen de Nacional 323 via de Puerto del Suspiro del Moro naar Motril. Via Lanjarón — waar het beroemde bronwater wordt gebotteld — rijden we de laatste dertig kilometer naar Motril, met uitzicht over de vruchtbare landbouwvlakte met suikerriet, avocado’s en teelt onder glas. 180 km en 5.494 hoogtemeters — de kroon op een onvergetelijke uitstap.
Al op 2.750 meter — Granada zinkt weg in de diepte onder ons.
Pico Veleta vanuit Pinos Genil — klimschema van de hoogst berijdbare weg van Europa.
Download de GPX-routes om ze te laden in je GPS-toestel of fietscomputer.