Het ontbrekende stuk — in omgekeerde richting, dwars door het Spaanse binnenland
← Terug naar alle uitstappenGezien we verleden jaar onze uitstap noodgedwongen gestopt zijn in Cáceres, doen we het ontbrekende stuk dit jaar in omgekeerde richting. We starten in Salou en rijden in 8 dagen naar Cáceres, provinciehoofdstad in Extremadura. Hopelijk geraken we er dit jaar dan wel.
Bijna 1.000 kilometer in 8 dagen, met heel wat hoogtemeters. Het hoogste punt van deze uitstap is de Puerto de Navacerrada, 1.860 meter hoog, ten noorden van Madrid. De toppen gaan hier tot meer dan 2.000 meter — het geliefde skigebied van de Madrilenen.
| Etappe | Route | Afstand | Klimmen |
|---|---|---|---|
| Dag 1 | Salou → Valderrobres | 125 km | +2.563 hm |
| Dag 2 | Valderrobres → Montalbán | 110 km | +2.623 hm |
| Dag 3 | Montalbán → Molina de Aragón | 116 km | +1.389 hm |
| Dag 4 | Molina de Aragón → Sacedón | 110 km | +1.727 hm |
| Dag 5 | Sacedón → Miraflores de la Sierra | 126 km | +2.182 hm |
| Dag 6 | Miraflores → San Martín de Valdeiglesias | 120 km | +2.697 hm |
| Dag 7 | San Martín → Jarandilla de la Vera | 152 km | +3.222 hm |
| Dag 8 | Jarandilla de la Vera → Cáceres | 135 km | +1.899 hm |
Als je in Spanje van aan de kust vertrekt, dan weet je dat het onmiddellijk bergop gaat. Via Montroig en Pratdip komt het eerste “colleke” aan de beurt: Coll Roig, 400 meter hoog maar reeds 9 kilometer lang — een opwarmertje van wat ons nog te wachten staat. Verder, zonder noemenswaardig te klimmen, volgt Coll de Fatxes (505 m). Vanaf hier duiken we naar beneden tot aan de Ebro, waar een veerpont fietsers en auto’s naar de overkant brengt. In Miravet getuigt een kasteelruïne van een middeleeuws verleden. Vanaf hier gaat het bestendig omhoog tot 600 meter, voor de laatste 50 kilometer naar Valderrobres. 125 kilometer en meer dan 2.500 hoogtemeters.
De veerpont over de Ebro in Miravet — fietsers en auto's samen naar de overkant.
Zicht vanuit Miravet op de Ebro.
Vandaag verlaten we volledig de kuststreek en rijden westwaarts. Geen 5 km ver of het begint weeral te klimmen: meer dan 20 km naar de 920 meter hoge Alto de Llobatera. Terug zakken tot 500 meter, dan opnieuw bergop tot 1.100 meter — 20 kilometer klimmen. Het klassieke Spaanse schema: colletje op, colletje af, door onooglijke dorpen zonder mens of winkel te bespeuren. Een rustige dag van 110 kilometer maar wel 2.600 hoogtemeters tot Montalbán, het historische bergdorp van de Cuencas Mineras.
Iglesia Santiago El Mayor in Montalbán.
Portal de Santa Engracia — historische stadspoort.
Vandaag is het helemaal een overgangsrit en naar Spaanse normen vlak: amper 115 kilometer met “slechts” 1.400 hoogtemeters. We rijden door de provincie Teruel, gekend om zijn Jamón de Teruel, met als centrum het kleine stadje Calamocha — al sinds de middeleeuwen vermeld rond 1205. Buiten Calamocha beginnen we aan een 5 kilometer lange klim naar de 1.130 meter hoge Alto de Carrascal. Daarna geen noemenswaardige hindernissen meer tot Molina de Aragón, gedomineerd door zijn indrukwekkende Castillo — een van de grootste middeleeuwse forten van Spanje.
De Iglesia Parroquial van Calamocha, centrum van de Jamón de Teruel-streek.
Puente Viejo met op de achtergrond het Castillo van Molina de Aragón.
Dag 4 wordt al iets pittiger. Vanaf Corduente beginnen we aan een 10 kilometer lange klim naar 1.300 meter. Dan dalen we naar de Taag, één van de belangrijkste rivieren van Spanje, door het prachtige Parque Natural del Alto Tajo. Eenmaal de brug over volgt opnieuw klimmen: eerst 8 kilometer behoorlijk steil, dan nog 9 kilometer vals plat. De tweede helft gaat meestal neerwaarts tot we in Sacedón opnieuw aan de oevers van de Taag komen — 110 kilometer en 1.700 hoogtemeters, aan het Embalse de Entrepeñas, het “Mar de Castilla”.
De afdamming van de Taag — één van de belangrijkste rivieren van Spanje.
Het centrum van Sacedón, aan het Embalse de Entrepeñas.
Vandaag ligt het parcours bijna volledig in de provincie Guadalajara. We rijden door open, uitgestrekte landbouwvlaktes — soms meer dan 30 kilometer tussen twee dorpen. Halverwege ligt de provinciehoofdstad Guadalajara, met zijn Palacio del Infantado uit de 15de eeuw, hét symbool van de stad. Zo bereiken we de regio Madrid, via Guadalix de la Sierra en nog 5 kilometer flink bergop naar Miraflores de la Sierra. 125 kilometer en 2.180 hoogtemeters.
Palacio del Infantado in Guadalajara — hét symbool van de stad uit de 15de eeuw.
Versierde markt en stadhuis in Miraflores de la Sierra.
Vandaag wordt de koninginnenrit gereden. We klimmen immers twee maal boven de 1.800 meter — twee volwaardige cols. We beginnen onmiddellijk met de beklimming van de Morcuera: nog 10 steile kilometers tot de top op 1.796 meter. Een mooie afdaling brengt ons naar Rascafría, vlak bij het klooster van El Paular.
Op de Navacerrada is van alles te doen: pottenbakkers, kraampjes, skiliften naar toppen boven de 2.000 meter — het geliefkoosde skigebied van de Madrilenen, amper 50 kilometer van de hoofdstad. We rijden verder zuidwaarts door de Sierra de Guadarrama tot San Lorenzo de El Escorial, met zijn gigantische 16de-eeuwse paleis-klooster-mausoleum. Na een kort bezoek rijden we door naar San Martín de Valdeiglesias — 120 kilometer en 2.700 hoogtemeters.
Monasterio de Santa María de El Paular — de eerste kartuizerabdij van Castilië, gesticht in de 14de eeuw.
Luchtfoto van El Escorial — het 16de-eeuwse koninklijk paleis en mausoleum.
Dit zou een rustige rit moeten worden — heuvelachtig maar zonder al te lange beklimmingen. We rijden bijna de hele dag met zicht op de Sierra de los Gredos, met toppen hoger dan 2.500 meter. Na vijftig kilometer slaan we rechts in richting Los Gredos en beginnen aan een achttien kilometer lange klim via San Bernardo naar 1.243 meter. We dalen tot Arenas de San Pedro en rijden nog 60 kilometer naar Jarandilla de la Vera — 150 kilometer en 3.200 hoogtemeters, in het hart van La Vera, bekend om zijn gerookte paprikapoeder pimentón.
Romeinse brug over de Tiétar in La Adrada.
De ruwe Sierra de los Gredos — toppen hoger dan 2.500 meter.
En zo beginnen we aan onze laatste rit: nog 135 kilometer. Juist buiten Jarandilla kan je het Monasterio van Yuste bezoeken — meer dan de moeite waard. De eerste 50 kilometer gaan neerwaarts tot aan de Taag, midden in El Parque Natural de Monfragüe, een van de mooiste natuurgebieden van Spanje en internationaal bekend als een van de beste plekken van Europa om roofvogels te observeren: vale gieren, monniksgieren, Spaanse keizerarenden en zwarte ooievaars.
Cáceres is een van de best bewaarde middeleeuwse steden van Europa, met de Plaza Mayor, de Torre de Bujaco en talloze paleizen, kerken en geplaveide straatjes — allemaal op de UNESCO-Werelderfgoedlijst.
Marktplein en stadhuis in Jarandilla de la Vera.
De oude binnenstad van Cáceres — UNESCO-werelderfgoed.
Download de GPX-routes om ze te laden in je GPS-toestel of fietscomputer.